Om AI veilig en effectief in te zetten, is het cruciaal dat er heldere richtlijnen en normen zijn. De NEN (Nederlandse Norm) en Europese regelgevers zetten al stappen met bijvoorbeeld de Europese AI-verordening. Dit moet leiden tot een toetsbaar kader waarin AI-toepassingen worden beoordeeld op transparantie, uitlegbaarheid en betrouwbaarheid.
Zorgaanbieders worden hiermee niet alleen uitgedaagd om hun technologie te toetsen, maar ook om intern processen op orde te hebben. Welke data worden gebruikt? Wie draagt verantwoordelijkheid bij een fout? En hoe wordt gecontroleerd of een algoritme in de praktijk doet wat het belooft?
Voor softwareontwikkelaars zoals APPelit betekent dit een verschuiving naar geïntegreerde kwaliteitsborging: niet alleen bouwen wat technisch mogelijk is, maar ook aantoonbaar veilig en toekomstbestendig ontwikkelen. Dit vraagt om samenwerking, certificering en een duidelijke dialoog tussen ontwikkelaars, zorgprofessionals en toezichthouders.
Slimme innovatie met oog voor mens en proces
Hoe technologie en zorg elkaar kunnen versterken
De grootste belofte van AI in de zorg zit niet in vervanging, maar in versterking. Als AI goed wordt ontworpen, kan het de administratieve lasten verlagen, wachttijden verkorten en zorgprofessionals helpen bij het nemen van complexere beslissingen. Technologie wordt dan geen bedreiging, maar een waardevolle aanvulling.
Maar daar is wel iets voor nodig: software die aansluit bij de praktijk, begrijpelijk is voor gebruikers en die flexibel kan meebewegen met veranderende regelgeving. Dat is precies waar slimme softwareontwikkeling het verschil maakt. Niet door generieke oplossingen te bouwen, maar door maatwerk te leveren dat recht doet aan de unieke dynamiek van zorgomgevingen.
Bij APPelit geloven we dat succesvolle zorgsoftware begint bij luisteren: naar artsen, naar patiënten en naar de maatschappelijke kaders die richting geven aan technologie. Alleen zo zorgen we ervoor dat AI niet alleen slim is, maar ook goed doet.