AI-agenten kunnen informatie verwerken, stappen plannen en toegestane hulpmiddelen gebruiken. De benamingen verschillen per leverancier en publicatie. Dit overzicht deelt agenten daarom in op basis van hun belangrijkste technische werking.
Kijk naar taak, geheugen en hulpmiddelen
Een eenvoudige agent reageert op actuele invoer. Uitgebreidere varianten gebruiken geheugen, maken een taakplan of roepen functies in andere software aan. De technische mogelijkheden worden vooraf door de ontwikkelaar begrensd.
De typen sluiten elkaar niet uit. Eén toepassing kan bijvoorbeeld kennis opzoeken, een plan maken en daarna een API gebruiken. De inrichting volgt uit de taak, beschikbare informatie en toegestane acties.
Welke typen zijn er?
1. Reactieve agent. Deze agent reageert direct op een gebeurtenis of opdracht. Hij gebruikt de actuele invoer en vooraf ingestelde instructies, maar hoeft geen eerdere stappen te onthouden. Dit past bij korte, afgebakende taken.
2. Workflow-agent. Deze variant doorloopt een vaste reeks stappen. De agent controleert bijvoorbeeld invoer, vraagt ontbrekende gegevens op en maakt daarna een concept. De volgorde en beschikbare acties zijn technisch vastgelegd.
3. Kennisagent. Een kennisagent zoekt relevante informatie in goedgekeurde bronnen. Dat kunnen documenten, handleidingen of interne gegevens zijn. De gevonden passages worden als context gebruikt bij het opstellen van een antwoord.
4. Toolgebruikende agent. Deze agent kan functies aanroepen, zoals een API, zoekfunctie of berekening. Iedere tool heeft een afgebakende taak en autorisatie. De agent krijgt daarmee niet automatisch toegang tot het volledige gekoppelde systeem.
5. Plannende agent. Een plannende agent verdeelt een opdracht in meerdere stappen en bepaalt welke actie daarna nodig is. Grenzen, maximale aantallen stappen en goedkeuringsmomenten voorkomen dat de workflow onbeperkt doorgaat.
6. Agent met geheugen. Deze agent bewaart geselecteerde informatie uit eerdere stappen of sessies. Er wordt vooraf bepaald welke gegevens worden opgeslagen, hoelang dat gebeurt en wanneer opgeslagen context opnieuw mag worden gebruikt.
7. Multi-agentsysteem. Hierbij werken meerdere gespecialiseerde agenten samen. Ze kunnen taken achtereenvolgens uitvoeren, parallel werken of een opdracht aan elkaar overdragen. Een centrale workflow bepaalt hoe resultaten worden samengevoegd.
Gebruik niet meer techniek dan nodig
Een vaste workflow is vaak geschikt wanneer de stappen grotendeels bekend zijn. Een agent kan dan minder uniforme invoer verwerken, terwijl de volgorde en toegestane acties controleerbaar blijven.
Een kennisagent past bij taken waarvoor antwoorden uit geselecteerde documenten nodig zijn. Moet de toepassing daarna gegevens ophalen of een conceptrecord maken, dan kan toegang tot één of meer tools worden toegevoegd.
Planning is relevant wanneer de benodigde stappen per opdracht verschillen. Een multi-agentsysteem kan worden gebruikt wanneer afzonderlijke deeltaken verschillende bronnen, instructies of rechten vereisen. Meer agenten betekenen ook meer overdrachtsmomenten, logging en tests.
De opdrachtgever bepaalt de bedrijfsregels, informatiebronnen en acties. APPelit vertaalt deze uitgangspunten naar instructies, gebruikersrechten en controlemomenten. Menselijke goedkeuring kan verplicht worden voordat een belangrijke handeling wordt uitgevoerd.
Ervaar het gemak van onze service!
Wilt u dat wij contact opnemen? Vul het formulier hieronder in en we bellen u terug. U kunt ook meer informatie achterlaten via onze contactpagina of het offerteformulier
Ervaar het gemak van onze service!
Wilt u dat wij contact opnemen? Vul het formulier hieronder in en we bellen u terug. U kunt ook meer informatie achterlaten via onze contactpagina of het offerteformulier