Applicaties verwerken steeds meer documenten, afbeeldingen, logbestanden en andere gegevens. Wanneer opslag traag of onvoldoende schaalbaar is, merkt de gebruiker dat direct in de software.
Niet alle data hoeft op dezelfde manier te worden opgeslagen. Veelgebruikte gegevens vragen om snelle toegang, terwijl archiefbestanden op een andere opslaglaag kunnen worden geplaatst.
Ook de manier waarop software bestanden opvraagt is belangrijk. Grote bestanden kunnen bijvoorbeeld in delen worden geladen. Caching kan voorkomen dat dezelfde gegevens steeds opnieuw uit de opslag of database worden opgehaald.
Optimaliseer databases
Meer capaciteit lost slechte queries niet op
Een krachtige server kan tijdelijk extra ruimte bieden, maar compenseert geen inefficiënte software. Zware queries, ontbrekende indexen en onnodig grote datasets blijven de prestaties beperken.
Databaseoptimalisatie begint daarom bij het analyseren van de daadwerkelijke queries. Daarbij wordt gekeken naar verwerkingstijd, aantallen geraadpleegde records en gelijktijdige verbindingen.
Ook de softwarearchitectuur speelt een rol. Achtergrondtaken kunnen in een wachtrij worden geplaatst, terwijl veelgebruikte gegevens tijdelijk in een cache worden opgeslagen. Zo blijft de applicatie reageren wanneer de hoeveelheid data of het aantal gebruikers groeit.
Bouw schaalbaar
Software en infrastructuur moeten samen groeien
Schaalbaarheid ontstaat niet alleen door een grotere server te kiezen. De applicatie moet geschikt zijn om processen over meerdere resources te verdelen.
Dat vraagt om centrale configuraties, gescheiden bestandsopslag en databases die meerdere verbindingen efficiënt kunnen verwerken. Sessies en achtergrondtaken mogen niet afhankelijk zijn van één lokale applicatieserver.
Met reproduceerbare deployments kunnen extra omgevingen bovendien op dezelfde manier worden ingericht. Hierdoor wordt capaciteit toegevoegd zonder handmatig verschillen tussen servers te creëren.