Maak onderscheid tussen informatie lezen, een voorstel opstellen en een wijziging definitief uitvoeren. Een toepassing die een bestelling voorbereidt, hoeft bijvoorbeeld niet zelfstandig toestemming te krijgen om deze te verzenden.
Werk per handeling uit welke voorwaarden gelden. Welke gegevens moeten aanwezig zijn? Wie mag goedkeuren? En wanneer moet de verwerking stoppen? Laat de software deze voorwaarden controleren voordat een actie wordt uitgevoerd.
Een concrete inrichting kan bestaan uit drie stappen: de toepassing maakt een voorstel, de software controleert de verplichte gegevens en een bevoegde medewerker geeft akkoord. Pas daarna volgt de definitieve verwerking.
Maak in het scherm zichtbaar in welke stap een opdracht zich bevindt. Daarmee voorkomt u onduidelijkheid over het verschil tussen een voorstel, een goedgekeurde opdracht en een daadwerkelijk uitgevoerde handeling.
Test de volledige verwerking
Neem ook wijzigingen en onderbrekingen mee.
Test naast de normale werkwijze ook wat er gebeurt wanneer de situatie tussentijds verandert. Is een voorstel bijvoorbeeld nog geldig als een medewerker ondertussen de aanvraag heeft aangepast?
Stel dat de software een interne aanvraag voorbereidt op basis van een bepaalde hoeveelheid. Als die hoeveelheid vóór goedkeuring wijzigt, moet duidelijk zijn of het voorstel opnieuw moet worden beoordeeld. Neem zulke situaties op in de afgesproken werking en testscenario’s.
Controleer daarnaast het gedrag bij een onderbroken koppeling. Kan de software vaststellen of een opdracht al is verwerkt voordat zij opnieuw begint? Een nieuwe poging mag niet onbedoeld dezelfde handeling nogmaals uitvoeren.
Zorg ook dat een medewerker openstaande opdrachten kan terugvinden en de automatische verwerking kan pauzeren. Zo blijft het mogelijk om fouten te onderzoeken en het proces gecontroleerd te hervatten.