Een AI-model kan alleen werken met de gegevens die het ontvangt. Wanneer informatie onvolledig, verkeerd gestructureerd of inconsistent is, neemt de kwaliteit van het resultaat af.
Daarom is de technische voorbereiding van data een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling. De software moet gegevens uit verschillende bronnen kunnen ophalen, controleren en omzetten naar een formaat dat geschikt is voor het gekozen model.
Ook moet worden vastgelegd welke gegevens noodzakelijk zijn en welke informatie niet mag worden meegestuurd. Validatie voorkomt dat lege velden, verkeerde bestandstypen of ongeldige waarden zonder controle worden verwerkt.
AI moet aansluiten op bestaande zorgsoftware
Koppelingen bepalen hoe bruikbaar de toepassing wordt
Een losse AI-tool veroorzaakt extra handelingen wanneer gebruikers gegevens handmatig moeten kopiëren tussen verschillende systemen. De toepassing wordt praktischer wanneer de functionaliteit rechtstreeks beschikbaar is binnen de software die al wordt gebruikt.
Daarvoor zijn koppelingen nodig met bijvoorbeeld cliëntendossiers, documentomgevingen, planningssoftware of andere zorgapplicaties. Via API’s kunnen gegevens gecontroleerd worden aangeleverd en resultaten op de juiste plaats worden teruggeschreven.
Bij deze integraties moet ook rekening worden gehouden met gebruikersrechten. Niet iedere gebruiker mag dezelfde informatie openen of dezelfde AI-functies uitvoeren. De bestaande autorisatiestructuur moet daarom correct worden toegepast op de nieuwe functionaliteit.
Resultaten moeten technisch controleerbaar blijven
Logging en foutafhandeling zijn noodzakelijk bij AI-integraties
AI-uitvoer kan variëren. De software moet daarom inzicht geven in welke gegevens zijn verwerkt, welk model is gebruikt en welk resultaat is teruggegeven.
Logging maakt het mogelijk om fouten te onderzoeken en opvallende resultaten terug te vinden. Daarbij moet worden voorkomen dat gevoelige gegevens onnodig in logbestanden terechtkomen.
Ook foutafhandeling is belangrijk. Wanneer een AI-dienst tijdelijk niet bereikbaar is, een invoerbestand niet kan verwerken of geen betrouwbaar resultaat geeft, moet de applicatie daar correct op reageren. Een duidelijke statusmelding en een veilige terugvaloptie voorkomen dat een technisch probleem leidt tot onduidelijke of onvolledige informatie.